Home » Historie bijeenkomsten (Page 7)

Category Archives: Historie bijeenkomsten

Voettocht naar Santiago de Compostela

Twee leden van de Societeit Winterswijk te weten Henk en Peter Tolsma vertelden over hun voettocht naar Santiago de Compostela in 1999. Een boeiend verhaal!

Jacobskerk in Winterswijk

Naamloos

De huidige Jacobskerk in Winterswijk is gebouwd in de tweede helft van de 15de eeuw. Al op het einde van de 9de eeuwstond op deze plaats een eenvoudig houten dorpskerkje, gevolgd door achtereenvolgens twee stenen kerkjes. De kerk staat middenin het dorp op de Markt.

Het gebouw is een laat-gotische, overwelfde pseudobasiliek (= een basiliek waarbij de bovenste ramen van de middenbeuk ontbreken). De kerk is een rijksmonument.

Bij de restauratie in de jaren 1968-1972 zijn de resten van een vroegere stenen kerk gevonden. Tevens is een veelheid aan muur- en gewelfschilderingen te voorschijn gekomen en deze zijn, voor zover mogelijk hersteld. Jacobus wordt dan ook driemaal als pelgrim in de kerk afgebeeld.

20 september 2014 – Stichting Vrienden van Jacobskerk

Jacobskerk_Winterswijk_interieur

Een klein clubje leden van de Sociëteit Winterswijk werd bij de poorten van de Jacobskerk Winterswijk ontvangen door Ed Grotenhuis van de  Stichting “vrienden van de Jacobskerk”.

De kerk had nog wat geheimen te openbaren.
Allereerst vooral uit de muurschilderijen welke in 1968 tijden de restauratie weer naar voren kwamen. De meest imposante en voor de meest Nederlandse begrippen de grootste was die  van het Laatste Oordeel aan de linker kant van het koor. De gids bracht naar voren dat hier nog oud Egyptische symbolen in verwerkt waren, onder verwijzing naar Thot en Osiris.

Ook de symboliek van de ramen aan beide zijden van de kerk werd neergezet in een typisch middeleeuwse omgeving: die van het kaartspel, harten, schoppen, ruiten en klaveren welke categorie verwees naar  de maatschappelijke standen in die tijd.

De tijd was erg kort om er overal diep op in te gaan maar de rondleiding was voor herhaling vatbaar.

Na afloop was het met de club erg gezellig, volgende week is er weer een kleine club.

Centrumgemeente Winterswijk

regionalisatie (3)

Autarkie, Centrale Plaatsen Theorie en Winterswijk.

Autarkie, Centrale Plaatsen Theorie en Winterswijk.

De Nederlandse betekenis van het begrip autarkie is zelfvoorzienend. De middeleeuwse samenleving was voornamelijk zelfvoorzienend. Je had steden met een verzorgingsgebied er omheen. De meeste handel was ruilhandel. De onderlinge contacten met andere plaatsen of regio’s was beperkt. Er was sprake van een min of meer gesloten economie. De afstand was een fysieke beperking. In de 19e en de 20e eeuw heeft er een enorme schaalvergroting plaatsgevonden. Vandaag de dag komen onze boontjes uit Ethiopië, we kunnen in de winter verse asperges in laten vliegen uit Brazilië. Onze ecologische voetafdruk is immens groot geworden. Daarnaast zijn we inmiddels afhankelijk geworden van mensen en organisaties die we nooit zullen zien, laat staan leren kennen. In Brussel worden namens en voor ons beslissingen genomen waar we het misschien helemaal niet mee eens zijn. Willen we dat allemaal wel, of willen we de zaak weer liever in eigen hand nemen? Althans voor zover dat mogelijk is. Afbeelding 1 geeft een autarkische boerderij weer.

afbeelding 1                                                                                                       Afb. 1

 De Centrale Plaatsen Theorie (Die zentralen Orte in Suddeutschland Walter Christaller, 1933).

Christaller verwachtte wetmatigheden te vinden in de spreiding en de grootte van steden. Een basisbegrip in Christaller’s theorie is het begrip centraliteit. Hij verstond daaronder de mate waarin een stad als verzorgingscentrum een centrale functie heeft voor haar ommeland.

De stad dus als functioneel middelpunt van een regio.

Christaller formuleerde een zuiver theoretisch model (uitgaande van een aantal assumpties. Essentieel in de CPT zijn de begrippen reikwijdte en drempel. Zie ook afbeelding 2.

afbeelding 2                                                                                                      Afb. 2

De reikwijdte: De reikwijdte is de afstand die een consument bereid is af te leggen om een bepaald soort goed of dienst te verwerven. Voor goederen en diensten die men vrijwel dagelijks nodig heeft (basisbehoeften zoals eten, drinken, kleding), is men niet bereid grote afstanden af te leggen. Voor incidentele aankopen, zoals een bankstel of een keuken, of bijvoorbeeld schouwburgbezoek, zal men bereid zijn om een grotere afstand af te leggen naar een centrale plaats die hoger in de hiërarchie staat. Zie ook afbeelding 3.

De drempel: Het gebied dat een ondernemer minimaal nodig heeft om een bepaald goed of dienst aan te bieden en daar een inkomen uithaalt noemt men de drempel. Het gebied tussen de drempel en de reikwijdte levert de ondernemer de omzet op die hij nodig heeft om winst te maken. Zo zou er voor ieder goed of dienst een aparte drempel en reikwijdte zijn en zijn er centrale plaatsen van verschillende ordes (hierarchiemodel). Zie ook afbeelding 3.

afbeelding 3                                                                                                     Afb. 3

Winterswijk als centrale plaats.

Het winkelcentrum van Winterswijk heeft een capaciteit voor zo’n 50.000 mensen. Er wonen echter 23.500 mensen in Winterswijk en 5.500 in de buurtschappen. Door de ligging t.o.v. Duitsland is het winkelcentrum van Winterswijk van daaruit goed bereikbaar, evenals Enschede en Venlo. Door die ligging heeft het Winterswijkse winkelcentrum zich van een perifere plaats naar een centrale plaats ontwikkeld. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een periode van herstel. In Duitsland waren bepaalde goederen nog schaars (op de bon) en daardoor duur. In Nederland waren goederen zoals boter, tabak en drank veel goedkoper en gingen veel Duitsers massaal de grens over (dit noemde men Butterfahrten). Winterswijk als perifere plaats in de Achterhoek bleek voor de Duitse consument erg centraal te liggen. Winterswijk werd een aantrekkelijke centrale plaats voor de Duitse consument. Slimme ondernemers speelden hier handig op in en het winkelcentrum begon gestaag te groeien.Doetinchem, met 56.000 inwoners zou in de hiërarchie van centrale plaatsen hoger moeten staan dan Winterswijk, maar staat nu jaloers te kijken naar al die auto’s met een Duits kenteken die in Winterswijk geparkeerd staan. Het kernwinkelapparaat van Winterswijk is ongeveer even groot als dat van Doetinchem.

Als we Winterswijk als een centrale plaats beschouwen, dan zou Doetinchem de volgende centrale plaats van gelijke orde zijn. De afstand Winterswijk Doetinchem is zo’n 32 kilometer. De reikwijdte van het verzorgingsgebied van Winterswijk zal halverwege de afstand naar Doetinchem zijn, dus 16 kilometer. Dit impliceert dat WALBRENG (Winterswijk, Aalten, Lichtenvoorde, Borculo, Rekken, Eibergen, Neede en Groenlo) zich richt op de centrale plaats Winterswijk. Eibergen en Neede zouden zich vanwege hun ligging ook op Enschede kunnen richten. De aanwezigheid van de landsgrens zou de ontwikkeling van Winterswijk als centrale plaats moeten frustreren. Het kaartje van de regio Achterhoek (Afb. 4) geeft dit duidelijk weer. Dat dit heel anders is gegaan, behoeft geen betoog.

In de rapportage: ‘De oriëntatie van de bevolking van de Achterhoek’ (Atlas voor gemeenten, Utrecht 2013) wordt de suggestie gedaan om de regio Achterhoek op te splitsen in 2 subregio’s te weten Doetinchem en Winterswijk. Dit zou de regionale samenwerking ten goede komen. Waar op lokaal niveau te weinig draagvlak wordt gevonden voor beleid met betrekking tot de bevolkingsontwikkeling (in concreto: krimp, vergrijzing en ontgroening) zou genoemd regionaal niveau wel toereikend zijn. Winterswijk zou daarmee zijn positie als centrale plaats verder kunnen versterken. Zie ook afbeelding 4 en 5.

Daarnaast is er een tendens te bespeuren waarbij wel wordt gesteld dat we overgaan van een verzorgingsstaat naar een verzorgingsstad, of een verzorgingsregio. De WMO is hier een voorbeeld van. Deze wet beoogt mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten zijn. Lukt dat niet meer, dan wordt een beroep gedaan op mensen in de omgeving (mantelzorg). Op lokaal en regionaal niveau is het draagvlak voor deze zorg groter, omdat de burger hier veel meer bij betrokken is. De regionalisering van de zorg naar de oostelijke Achterhoek met Winterswijk als centrumgemeente is wel belangrijk. De vraag is hoe de oostelijke Achterhoek dat oppakt. Gebruikelijk bij gemeenten zijn dan gemeenschappelijke regelingen (WGR).

afbeelding 4

Afb.4

Afbeelding 5 komt van de theorie van Christaller, met een beetje fantasie zie je rechts Winterswijk en links Doetinchem.

afbeelding 5

Afb. 5

De sociaal-economische toekomst van Winterswijk.

De bevolking van Winterswijk en de rest van de Oost-Achterhoek gaat krimpen.

Het beleid van de gemeente Winterswijk met betrekking tot de bevolkingsontwikkeling is tweeledig. De gemeente wil enerzijds jonge gezinnen met kinderen en anderzijds financieel draagkrachtige jonggepensioneerden verleiden om in Winterswijk te komen wonen. Een mogelijkheid om hier beleid in te voeren, zou het versterken van de zorgsector kunnen zijn. Het SKB is, met zo’n 1100 medewerkers de grootste werkgever van Winterswijk. Daarnaast creëert de aanwezigheid van het SKB weer veel afgeleide werkgelegenheid. Het SKB zou een voortrekkersrol kunnen hebben bij het versterken van Winterswijk als centrale plaats op het gebied van de zorg. Er wordt al gesproken over een zorgcampus. Tijdens de lezing van Tineke Zomer voor Sociëteit Winterswijk op 24 februari 2013 werd gesproken over de plannen van grensoverschrijdende samenwerking in de zorg. Het Streekziekenhuis Koningin Beatrix stuurt patiënten die snel gedotterd moeten worden niet meer naar Enschede, maar naar het ziekenhuis in Bocholt. Verder zou (de regio) Winterswijk zich kunnen profileren op het gebied van ketenzorg.

De bodem van Winterswijk bevat op ongeveer 1000 meter diepte hoogwaardig mineraalwater met een hoog zoutgehalte. Begin jaren ‘80 is er al eens zeer nadrukkelijk geadviseerd om in Winterswijk een kuuroord te vestigen. Alle initiatieven die er kwamen liepen steeds op niets uit. Als Winterswijk zich als centrale plaats op het gebied van de zorg nadrukkelijker wil profileren, dan zou het opnieuw overwegen van een Winterswijks kuuroord zeker de moeite waard zijn. Een kuuroord zou niet alleen attractief zijn voor de Oost-Achterhoek en verder, maar ook voor de naburige Duitsers die snel op het Winterswijkse Heilwasser af zullen komen.

Voor alle duidelijkheid: het gaat om de mix in de zorg, te weten het streekziekenhuis, aangevuld met een zorgcampus pluis goede ketenzorg tenslotte een kuuroord, of zorghotel. Centraal in een missie zou het preventieve karakter van de zorg kunnen zijn, daar worden immers latere en veelal duurdere ingrepen mee voorkomen of verminderd

afbeelding 6                                                                                        Afb. 5 Duits kuuroord

Winterswijk heeft zeker 3 sterke punten waarmee het zich als centrale plaats verder kan profileren:

De centrale positie t.o.v. het Duitse achterland;

De sterke positie in de zorg;

De goede kwaliteiten van het Winterswijkse landschap.

Hiervoor is aangegeven dat basisbehoeften een relatief lage drempel en reikwijdte hebben. Hoewel we onze agrarische producten vaak van zeer grote afstanden aan laten voeren, zou dat in feite niet zo moeten zijn. Biedt het streven naar meer autarkie een goede toekomst voor Winterswijk? Onze huidige maatschappij is erg complex en daardoor zal autarkie niet op alle onderdelen gerealiseerd kunnen worden. Met name in de agrarische sector liggen er mogelijkheden. Eko boerderij Arink kan daarbij als voorbeeld dienen (Excursie Sociëteit Winterswijk op 25 mei 2013). Daarnaast biedt het Winterswijkse landschap mogelijkheden om de positie van de verblijfsrecreatie te versterken. Momenteel zijn er jaarlijks ongeveer 500.000 overnachtingen waarbij er gemiddeld € 30,90 per overnachting wordt besteed (Lezing Sociëteit Winterswijk 22 juni 2013, door Jan van der Heide)

afbeelding 7                                                                                                       Afb. 6

Het streven naar agrarische autarkie is feitelijk erg eenvoudig. Koop Oost-Achterhoekse waar, dan helpen we elkaar. Vervolgens wordt bekeken op welke andere manieren invulling aan autarkie gegeven kan worden. Het streven naar meer autarkie zal in Brussel mogelijk niet positief ontvangen worden. Van de andere kant zal Brussel ook het belang van de lokale c.q. regionale gemeenschap inzien. Of wij er veel mee kunnen bereiken is ook nog maar de vraag, maar er gaat wel een signaalfunctie vanuit.

Drs. Henk Tolsma

Bezoek camping de Vreehorst‏

Gisteren bezochten we camping Vreehorst van Jan en Kristel van der Heide. Voor zover ik heb kunnen beluisteren was niemand van ons daar ooit geweest. Vreemd, maar zo gaat het vaak.

De opkomst was met zo’n 25 personen, waaronder zo waar weer een substantieel deel vrouwen, prima. We gaan de goede kant op; met de opkomst en de vrouwen. Jan van der Heide en Henk Helder hebben zich aangemeld als lid. Daarmee komt de stand op 33.

Jan gaf een prima presentatie van zijn bedrijf, was weliswaar even benauwd dat hij de ingeruimde tijd niet vol kreeg maar kwam uiteindelijk bijna in tijdnood. Zo gaat dat met die gepassioneerde ondernemers.

Aan de hand van de swot vertelde hij over het reilen en zeilen van de Vreehorst en de recreatieve sector in Winterswijk in het algemeen. Daarbij viel op dat het trend is dat vaste jaarplaatsen verdwijnen en gewisseld worden voor de toeristische plaatsen. Daarnaast ook veel luxer en groter. Een aanzienlijk deel heeft privé sanitair. Daarmee bereikt hij zijn doel om tot de beste campings van Nederland te behoren maar er moet ook ruimte blijven voor acceptabel resultaat.

Voor zover mogelijk worden de investeringen gegund aan lokale bedrijven, de betimmeringen van de safari tenten zijn b.v. gemaakt door “jong en hout” uit Winterswijk.

Vanwege o.a. de grote investeringen elk jaar weer staat het resultaat bij een deel van dit soort bedrijven onder druk of maken al jaren verlies. Voor een sector die zo belangrijk is voor Winterswijk, totale omzet € 15mio of € 30,90 p.p.p.d., is dit zorgwekkend en verdient aandacht van sector en overheid. Wat onheus is de hoge toeristen belasting, € 1,20 p.p.p.d.. Bij een totaal aantal overnachtingen van 500.000 p.j. is dat € 600.000 per jaar. Uiteraard verdedigt de gemeente zich door zich te beroepen op de branche specifieke investeringen zoals fietspaden maar dan nog is het de vraag of deze toeristenbelasting de hoogste moet zijn van Gelderland.

Opmerkelijk was ook dat alle gasten direct na aankomst een snelle wifi verbinding eisen. Hieraan kan nauwelijks invulling gegeven worden vanwege het feit dat in het buitengebied geen glasvezel ligt. Alleen al voor deze sector zou het hoge prioriteit moeten hebben bij de overheid.

Tijdens zijn presentatie liet Jan het promotiefilmpje zien dat op TV uitgezonden wordt om de Achterhoek meer onder de aandacht van de kampeerders te brengen. Ons commentaar daarop was dat het weinig tot de verbeelding sprak en voor verbetering vatbaar! Ik heb begrepen dat GertJan dit opgepakt heeft.

De Vreehorst behoort met 8 FTE tot de middelgrote campings.

Al met al, hebben we een uitstekende indruk opgedaan van de Vreehorst en dus een zeer goede besteding van de zaterdagmiddag gehad. Het bezoek paste helemaal in onze missie; de sociaal economische toekomst van Winterswijk en sloot aan bij de plannen die onderhuids leven m.b.t. de combi natuur, recreatie en werkgelegenheid.

Na afloop boden Jan en Kristel een borrel aan die door sommigen waaronder ik, met grote gretigheid in ontvangst genomen werd. Uiteraard volgde er een zeer geanimeerde discussie die voor mij zo lang duurde dat ik uiteindelijk maar in de safari tent overnacht heb. Werkelijk een aanrader.

De hand-out van Jan heb ik bijgevoegd, dan heeft iedereen weer een totaalbeeld voor het archief.

26 mei 2013 – Bezoek aan bioboerderij Arink in Vragender

Ondanks de overweldigende inschrijvingen vooraf, de briljant uitgestippelde en zeer vermoeiende fietstocht en het prachtige weer, werd het toch een imposante excursie.

De 17 deelnemers mochten kennis maken met John Arink en zijn vrouw die een op zuiver biologische grondslag opgezette boerderij runnen.

De kern van de filosofie is dat de bedrijfsvoering zo wordt ingevuld dat geen gebruik gemaakt wordt van bedrijfsvreemde meststoffen, er wordt geen kunstmest ingekocht, geen antibiotica maar veelal homeopathische middelen of het zelf curerend vermogen van de dieren.

Om een standaard (intensief) melkvee bedrijf zo te kantelen dat op basis van deze filosofie enigszins verantwoord gewerkt kan worden is een periode van tenminste 5 jaar nodig.

Hierbij moet gedacht worden aan:

·Het type rundvee. John werkt met het ouderwetse Fries-Hollands ras dat zich kenmerkt door robuustheid, minder bevattelijk voor de typische melkvee ziektes die veroorzaakt worden door doorfokken op melkproductie (Holstein-Friesian).

·De geproduceerde mest wordt helemaal gebruikt op het eigen bedrijf. Behalve in de doorloopmelkstal waar de gebruikelijke drijfmest uitkomt, wordt het stro van de rogge en haver gebruikt in de traditionele potstal. Hierdoor wordt een type meststof geproduceerd die belangrijk bijdraagt aan de structuur van de grond en resulteert in de opbouw zoals van humus op de Achterhoekse “essen”.

·De grasland aanbouw. In het grasland wordt de balans gevonden door een rijke voorraad klaver die de stikstof produceert voor de grassoorten. Dit in tegenstelling tot de monoculturen die m.b.v. zeer grote artificiële stikstof giften tot enorme productie gedwongen worden. De voorraad van Marokkaanse stikstof reikt nog 50 jaar trouwens.

·Weidegang. De koeien krijgen de kans altijd buiten te kunnen grazen. Dit is zeer bevorderlijk voor de rust in de kudde en daarmee voor de gezondheid. Kalveren worden in de wei geboren, blijven de eerste dagen bij hun moeder en krijgen dus de noodzakelijke biestmelk en leveren daardoor geen op problemen met de gangbare ziektes.

·Stalling. Behalve het melkvee worden al het overige rundvee ondergebracht in ruime en open potstallen waarvan de mest omgezet wordt en uitgestrooid op het eigen land.

·Winkel. Alle melk wordt verwerkt in biologisch producten, voor een deel op het eigen bedrijf in de kaasproductie of in Limburg en Duitsland (!). De kalveren die voor melkproductie in aanmerking komen (stieren en de mindere vaarzen) worden gehouden voor de vleesproductie. Het vlees wordt verwerkt tot eindproducten en verkocht in de winkel evenals de kaas.

·Een deel van de producten wordt in biologisch winkels, Ekoplaza, verkocht. De professionaliteit hiervan laat wel eens te wensen over waardoor de gang naar deze winkels niet op voorhand de gebruikelijke is. De prijs die vervolgens gemaakt wordt is ook niet om over naar huis te schrijven. Soms is er zelfs sprake van overaanbod waardoor de prijs onder druk komt.

·Energie. Het bedrijf is praktisch geheel zelfvoorzienend in energie. De zonnepanelen leveren 30 Kwattpiek. Dit is voldoende voor de melkinrichting en kaasproductie. Van vergisting van de mest wordt geen gebruik gemaakt vanwege de lage efficiency van dit proces, ROI=1, d.w.z. er moet evenveel energie in als er uit komt. Bij de zonnepanelen is deze ratio 15.

·Hoewel we niet achter de schermen kunnen kijken lijkt het alsof er rust heerst op het bedrijf. Dit geldt voor de ondernemers maar vooral ook voor de veestapel. Het dierenwelzijn staat in schril contrast met die van de intensieve bedrijven.

·Het bedrijf is gecertificeerd biologisch en wordt hierop regelmatig beoordeeld.

Behalve over zijn micro systeem heeft John ook een zeer plausibel verhaal over het macro systeem. Hij noemt de gigantisch agrarische export waar Nederland zo trots op is. Hij maakt daarbij wel de kanttekening dat wanneer daarbij ook de enorme import van kunstmest verdisconteerd wordt er geen sprake is van balansoverschot maar hoogstens gelijk. Dit zijn opmerkelijke zaken die algemeen nauwelijks onder de aandacht gebracht worden.

Ook de verarming van een groot deel van het areaal cultuurgrond door aanbouw van b.v. mais en het overvloedig gebruik van antibiotica ter preventie van ziektes of ter genezing van gebreken door slecht welzijn van dieren is stof tot nadenken.

Ik realiseer me dat dit slechts een gedeeltelijke weerslag is van alle informatie die John gaf. Daarmee geef ik aan dat ik het onderschatte hoeveel er op ons af zou komen en dus niets vastgelegd heb tijdens zijn betoog.

Hoewel ik in eerste instantie sceptisch was over deze manier van boeren, moet ik na het bezoek aan Arink mijn mening dramatisch bijstellen. Ik heb groot respect gekregen voor de werkwijze, de gedachtes er achter en vooral de compassie van de ondernemers. Het zal een enorme klus geweest zijn om zo ver komen en moet gepaard gegaan zijn met veel tegenslag, hier en daar gehoon en ongeloof.

Deze manier verdient meer bijval en publiciteit. Het past in de tijd en in de doelstellingen van onze sociëteit. De trend die wij waarnemen, burgerinitiatief op vele fronten, is hiermee weer eens bewaarheid. Het is jammer dat deze mentaliteit te vaak quasi eenmansacties moeten zijn. En, zoals Frans al memoreerde, het moet uit de politieke, geitenwollen sokken sfeer worden getrokken. Het krijgt daarmee te veel een links of alternatief karakter (Partij voor de dieren) waarvan absoluut geen sprake is en waardoor te veel mensen, zoals ik, op voorhand al sceptisch zijn zonder inhoudelijk voldoende op de hoogte.

De vraag rijst of wij hierin een rol willen en kunnen spelen.

26.05.2013

Toon

10 mei 2014 – Excursie in het buitengebied

Wij zijn op bezoek geweest bij de PAN op de plaats waar op dat moment ook de Winterswijkse schaapskudde zich bevond, te weten achter in Kotten,  waar de oude Borkense spoorbaan de Kuipersweg kruist.

Ter plaatse gaf Jan Stronks een uitleg over de PAN. PAN staat voor Particulier Agrarisch Natuurbeheer. PAN is opgericht op 11 november 1997. PAN bestaat uit een coöperatieve vereniging en een stichting en is opgericht door agrariërs, landgoedeigenaren, de wildbeheereenheid Winterswijk en de plaatselijke natuurverenigingen. Het werkgebied van PAN bestaat uit de gemeente Aalten, de gemeente Winterswijk en aangrenzende delen van de gemeenten Oost-Gelre en Berkelland. Het doel van PAN is het verhogen van de kwaliteit van het overwegend kleinschalige agrarische cultuurlandschap, zowel op het gebied van natuur en landschap als op het gebied van duurzame landbouw en recreatie. Onze ervaring is dat dit goed samen kan gaan door een goede afstemming waarbij deze vier functies elkaar kunnen versterken. Bij deze afstemming vervult PAN een belangrijke rol.

Daarna gaf de heer Berenschot een korte uiteenzetting over de Winterswijkse schaapskudde:

De schaapskudde

In 2006 is PAN met een nieuw beheersinstrument gaan werken: de gehoede schaapskudde. Deze kudde van circa 160 tot 180 ooien met zo’n 240 lammeren en enkele geiten beheerd onder het toeziend oog van de herder, Roelof Kuipers, en zijn honden terreinen in de gemeenten Winterswijk en Oost-Gelre. De schaapskudde is geen doel op zich, maar een middel om bepaalde typen natuur optimaal te beheren. De herder kan door particulieren, organisaties en bedrijven ingehuurd worden. De schaapskudde neemt hij zonder extra kosten mee.

Begin 2007 is begonnen met een tweede kudde. De eigenaar en herder van deze kudde is Marinus van Merkenstein. Doordat we gebruik kunnen maken van de subsidie instandhouding schaapskuddes kunnen we voor een lager tarief natuurterreinen beheren waardoor de interesse van terreineigenaren voor deze vorm van beheer is toegenomen.

De kuddes worden momenteel ingezet voor het beheer van de volgende terreinen:

  • De natuurlijke stadsparken in Lichtenvoorde.
  • De Scholtenbrug en enkele andere parken in het centrum van Winterswijk.
  • Een voormalige vuilnisbelt in Winterswijk.
  • Diverse verspreid liggende natuurterreinen

De opdrachtgevers zijn: de gemeente Winterswijk, de gemeente Oost-Gelre, Natuurmonumenten, het Geldersch Landschap, de Regio Achterhoek, het Waterschap Rijn en IJssel en enkele particulieren. De kudde trekt in de periode april t/m november van terrein naar terrein. ’s Nachts verblijft de kudde binnen een tijdelijke afrastering in de omgeving van het te beheren terrein. In de dagen dat niet met de kudde wordt gewerkt wordt de kudde in de omgeving van te beheren terreinen in graslanden ingeschaard. De intensiteit waarmee begraasd wordt (en daarmee ook het kostenplaatje) is afhankelijk van het type terrein.

En natuurlijk herder Roelof Kuipers die veel interessante dingen wist te vertellen over zijn kudde.

Hij gaf ondermeer aan wat de voordelen van een schaapskudde zijn ten opzichte van machinaal onderhoud:

Voordelen van het beheer met een schaapskudde in vergelijking met machinaal beheer zijn:

  • Structuurvariatie van de vegetatie en daarmee de soortenrijkdom van zowel flora als fauna neemt toe.
  • Verspreiding van zaden en kleine dieren die met de schaapskudde meeliften.
  • Geen verdichting van de grasmat.
  • Geen ronkende motoren en geen uitlaatgassen.
  • Toeristisch / recreatief aantrekkelijk.
  • Beheer wordt eenvoudiger van reliëfrijke terreinen die moeilijk met machines beheerd kunnen worden.

Ondanks het natte weer was de opkomst goed.

De mensen vonden de uiteenzettingen erg interessant.

En verschillende mensen gaven direct al aan om sposor te worden van de schaapskudde.

Kortom: Het was weer een zeer geslaagde en leerzame middag.